na 25 jaar nog steeds fit

geplaatst in: topvorm | 0
Hè, het was toch hier? Verbaasd kijk ik nog eens goed of ik niet de verkeerde gang heb genomen. Ik begrijp er geen snars van. Gedesoriënteerd loop ik terug naar de ingang en probeer het opnieuw. Op zoek naar de plek waar ik voor het eerst oog in oog stond met een psychiater.

En terwijl ik aan wat deuren voel, staat hij daar ineens. De psychiater die mij nog herkent van mijn co-schappen. Ruim 20 jaar geleden! Hij ziet er niet 20 jaar ouder uit. Door een verbouwing ziet de afdeling er op het oog onherkenbaar uit, maar als hij me meeneemt naar de ruimte waar we de visitatiedag hebben, herken ik het weer. Door deze afdeling ben ik psychiater geworden. Hier werken echt stoere psychiaters. Ze werken hard, ze werken veel en zeggen bijna nooit dat ze iets niet in huis hebben. Ze verzinnen er gewoon wat op, zodat er ook voor de meest complexe patiënten een veilige plek voor herstel is. Als we de lange visitatie checklist doorlopen, steken ze nog steeds met kop en schouders boven het gemiddelde uit, net als toen. Er hangt hier nog steeds die teamspirit waardoor je zin krijgt in dit vak. Het bruist er van opleiding, bevlogenheid en energie.
Maar er is meer. Als co keek ik vooral naar de buitenkant van dit goed lopende team. Nu zie ik ook de binnenkant. En hoor ik de verhalen. De verbouwing hakt er veel meer in dan de psychiaters verwacht hadden. En op een manier waarbij harder en meer weer werken niet helpt. Ze hadden nog wel extra mankracht ter ondersteuning ingehuurd maar een mismatch zorgde voor alleen maar meer belasting en stress.
Na de rondleiding over de afdeling stijgt mijn respect nog meer. Hier wordt echt heel knap geïmproviseerd op de vierkante meter. Ik vind het een wonder dat iedereen hier nog kan lachen! Hoewel het stuk wat al af is echt prachtig is geworden, is het echt behelpen hier. En het is geen verbouwinkje van een maand…
Als ik ze vertel dat in soortgelijk situaties die ik tegenkom er vaak burn-out of andere uitval optreedt, erkennen ze dat ze best wat beter voor zich zelf mogen zorgen. En een flinke schouderklop voor henzelf en elkaar is ook echt op zijn plaats.Maar al snel doemt de vraag op: wanneer moeten we dat dan doen, het is al zo druk!
Veel artsen worstelen met dit dilemma. Ze denken dat het extra tijd en geld kost. Terwijl het juist tijd en geld oplevert. Blije dokters leveren niet alleen betere patientenzorg op, maar proceduren ook meer in minder tijd. De batterij opladen kan vaak prima ingepast worden in een drukke medische bedrijfsvoering. Het vergt wel creativiteit en maatwerk en vaak vreemde ogen die makkelijker mogelijkheden zien in vastgeroeste culturen en (ongezonde) gewoonten.
Zo werkte ik onlangs in een kliniek waar de meeste collega’s hun boterhammetje achter hun beeldscherm wegwerkten. Dat lijkt productief, maar dat is het niet. Een gezamenlijk half uurtje buiten in de zon of onder een afdak aan een lange tafel met een heerlijke lunch door patiënten bereid deed wonderen: iedereen was opgeladen, goed gevoed en bijgekletst. Op een andere plek lieten we de punten voor herregistratie even voor wat ze waren en vulden we de studiedagen met het legen van onze bucket lists. We bezochten plekken en congressen waar we anders nooit zouden komen. Met onze gezinnen! Ook een heidag op een bootje in de Biesbosch kan wonderen doen en wie kan nu niet een jaartje zonder nieuwe strategisch beleidsplan gemaakt in een hip conferentiezaaltje?
De nieuwe generatie lijkt zich hiervan veel bewuster dan die van mij. Vorige week las ik in Medisch Contact over een AIOS psychiatrie die over zijn kwetsbaarheid schrijft en afsluit met mijn favoriete woorden: zorg voor elkaar. Misschien heeft ie ook zijn co-schappen gelopen op deze fantastische afdeling…

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *